Functionaliteit

Als zichtjager werd de Greyhound gebruikt in de lange jacht op voornamelijk groot wild. De diensten van deze windhonden werden na de ontwikkeling van het buskruit vervangen door het jachtgeweer. Een aantal adellijken in het Verenigd Koninkrijk stelden het voorbestaan van de Greyhound zeker en ontwikkelden twee nieuwe takken van hondensport: coursing en racing.

Het natuurlijke jachtplezier werd vervangen door het coursen in open veld op levende hazen (“hare coursing”), waarbij de deelnemers een beroep bleven doen op de kwaliteiten van de windhond. Later werden de hazen vervangen door de “lure” (in den beginne een mechanisch voortbewogen kunsthaas, daarna een bundeling van plastic stroken) en het open veld door een veel overzichtelijker, afgezet terrein. Deze aanpassingen kwam onder meer voort uit de “Laws of the Leash”, door Koninging Elisabeth I ingevoerde wetten die een eerlijke behandeling van en de mogelijkheid tot ontsnapping voor de opgejaagde hazen moesten garanderen. Met de introductie van de mechanische kunsthaas ontstond ook het idee om meer dan twee honden het tegelijkertijd tegen elkaar op te laten nemen: het begin van de racingsport.

Voor de Greyhound hebben deze ontwikkelingen de nodige implicaties gehad. Door de overgang van gebruikshond voor coursing naar racingdoeleinden, werden aanpassingen in type verlangd. De oorspronkelijke greyhound, die meer lang dan hoog in lichaam is, was gebouwd om de heuvelachtige of zware jachttereinen aan te kunnen waarbij vooral uithoudingsvermogen van eminent belang was. Nu de nadruk steeds meer op snelheid kwam te liggen, fokte men bewust op een meer vierkant, minder gehoekt en lagergesteld type. Zo ontstond er naast de verschillende oud-Engelse coursingtypen ook het racing type. Greyhound eigenaren die totaal niet van het windhondenrennen hielden, specialiseerden zich op het presenteren van hun honden op schoonheidswedstrijden. Er ontstond een derde ‘variëteit’; het showtype.