De Greyhound

De Greyhound

Een greyhound heeft een atletisch en krachtig doch elegant uiterlijk. Dat is niet vreemd, aangezien de constructie van de windhond in dienst staat van zijn functie als snelle en wendbare meutehond in de jacht op groot wild. Met het uitvinden van het buskruit verwerd deze adellijke hond tot sport- en gezelschapshond. Met een uiterst verfijnd karakter een ideale kameraad voor de mens, maar slechts als zodanig bekend bij een kleine elite.  Een nadere kennismaking met deze hazewindhond.

Geschiedenis en ontstaan van het ras

De Greyhound zou de oudst bekende windhond zijn. Als we naar de kunstgeschiedenis van het Midden-Oosten kijken, zien we oude muurschilderingen in de graftomben van Egyptische koningen, waar de Greyhound – of een daarop sterk gelijkende windhond – veelvuldig op voorkomt. Ook in het Oude Testament wordt van ‘een windhond van goede lendenen’ gesproken (Spreuken van Koning Salomo, hoofdstuk 30, vers 31). Reeds in 395 voor Christus sprak de Griekse koning Xenophon van de Greyhound.

Er werden vijf kwaliteiten benoemd waarover een degelijke rasvertegenwoordiger zeker moest beschikken: een zeer scherp zicht, grote snelheid, kracht, uithoudingsvermogen en een sterk ontwikkeld zenuwstelsel. Hoewel de raskenmerken pas vele centennia later in een standaard zouden worden vastgelegd, wordt dit beschouwd als de allereerste rasbeschrijving. In diezelfde periode zou de Greyhound met de handeldrijvende Phoeniciërs naar Engeland zijn gekomen.

De Britse adel zag in de Greyhound een gedistingeerde jachthond; een nobele aanvulling op hun eervolle en verheven status. Velen stelden hun landgoederen voor de jacht beschikbaar. Om de Greyhound tot exclusief bezit van de adellijken te bewaren, werden in 1014 de “Laws of the Forest” uitgeschreven: wetten waarin de jacht en het bezit van een Greyhound enkel aan de adel werd toebedeeld. Als metgezel in jacht en leven genoot de Greyhound status, aanzien en grootse luxe.

In de historische literatuur waart nog een alternatieve versie van het ontstaan van de Greyhound rond. Er wordt daar van de Vertragus, de eerste windhond op het Europese continent, gesproken. De Vertragus wordt in dit perspectief nog altijd als waarschijnlijke voorloper van de Greyhound gezien en er wordt zelfs gesuggereerd dat de oorsprong van deze zichtjager bij de oude Kelten uit Oost-Europa of Eurazië ligt. De overtocht naar het Verenigd Koninkrijk zou in de 5e en 6e eeuw voor Christus hebben plaatsgevonden.

Tegelijkertijd wordt aangenomen dat de Picten, een verzamelnaam voor stammen die ten tijde van het Romeinse Rijk de hooglanden van Schotland bewoonden, reeds voor de 6de eeuw voor Christus over op Deerhound-gelijkende windhonden beschikten. Zodoende blijft de herkomst van de zogeheten Europese windhond vooralsnog een kwestie van de kip of het ei.

Over het algemeen wordt verondersteld dat de naam ‘Greyhound’ afkomstig is van het Oud-Engelse begrip ‘grighund’. ‘Hund’ is daarbij de antecedent van het moderne ‘hound’, maar de betekenis van ‘grig’ is nog altijd onbepaald. Hoewel in het verleden regelmatig werd aangenomen dat het woord ‘grig’ een gemeenschappelijke noemer van het hedendaagse woord ‘grijs’ zou zijn geweest, lijkt niets minder waar.

Oorspronkelijke gebruiksfunctie en huidig werk/ sport

Als zichtjager werd  de Greyhound gebruikt in de lange jacht op voornamelijk groot wild. De diensten van deze windhonden werden na de ontwikkeling van het buskruit vervangen door het jachtgeweer. Een aantal adellijken in het Verenigd Koninkrijk stelden het voorbestaan van de Greyhound zeker en ontwikkelden twee nieuwe takken van hondensport: coursing en racing.

Het natuurlijke jachtplezier werd vervangen door het coursen in open veld op levende hazen (“hare coursing”), waarbij de deelnemers een beroep bleven doen op de kwaliteiten van de windhond. Later werden de hazen vervangen door de “lure” (in den beginne een mechanisch voortbewogen kunsthaas, daarna een bundeling van plastic stroken) en het open veld door een veel overzichtelijker, afgezet terrein. Deze aanpassingen kwam onder meer voort uit de “Laws of the Leash”, door Koninging Elisabeth I ingevoerde wetten die een eerlijke behandeling van en de mogelijkheid tot ontsnapping voor de opgejaagde hazen moesten garanderen.  Met de introductie van de mechanische kunsthaas ontstond ook het idee om meer dan twee honden het tegelijkertijd tegen elkaar op te laten nemen: het begin van de racingsport.

Voor de Greyhound hebben deze ontwikkelingen de nodige implicaties gehad. Door de overgang van gebruikshond voor coursing naar racingdoeleinden, werden aanpassingen in type verlangd. De oorspronkelijke greyhound, die meer lang dan hoog in lichaam is, was gebouwd om de heuvelachtige of zware jachttereinen aan te kunnen waarbij vooral uithoudingsvermogen van eminent belang was. Nu de nadruk steeds meer op snelheid kwam te liggen, fokte men bewust op een meer vierkant, minder gehoekt en lagergesteld type. Zo ontstond er naast de verschillende oud-Engelse coursingtypen ook het racing type. Greyhound eigenaren die totaal niet van het windhondenrennen hielden, specialiseerden zich op het presenteren van hun honden op schoonheidswedstrijden. Er ontstond een derde ‘variëteit’; het showtype.

Uiterlijk

Al vroeg in de 19de eeuw wisten de Engelsen de Greyhound zo te fokken, dat deze optima forma voldeed aan de eisen die de ruwe, heuvelachtige omgeving waarin gejaagd werd, van het dier vroeg. In het boek “The Greyhound” uit 1853 werden vier variaties omschreven, ingedeeld naar de bruikbaarheid in de verschillende counties, te weten het “Wiltshiretype”, het “Scotchtype”, het Lancashiretype” en het “New Markettype”. Hoewel alle Greys dienden te beschikken over weerstand en uithoudingsvermogen, waren de verschillen duidelijk waarneembaar. Zo benaderde het Scotchtype het uiterlijk van de hedendaagse racetype en was dan ook bedoeld voor de kortere maar zwaardere coursings. De langere Greyhounds, zoals het Wiltshiretype, konden beter uit de voeten op de langere maar vlakke coursings.

Uitgaande van het feit dat door de eeuwen heen toch omvangrijke veranderingen in gebruik en daarmee functionaliteit van de variëteiten binnen het ras hebben plaatsgevonden, is het niet vreemd te stellen dat het lichtere, elegante coursing type met een lichaam dat langer is dan hoog en zowel in voor- als achterhand uitstekend gehoekt, het gewenste rastypische beeld uit de rasstandaard het dichtst benadert. Naast de latere differentiatie in Greyhounds van het racing type kunnen we inmiddels ook van een zeker showtype spreken. Daarin zien we een zwaardere, soms ietwat tot volledig uit balans zijnde hond, die de maximale schofthoogte nog wel eens wil overschrijden. Het is geheel gelegitimeerd zich af te vragen wat de wenselijkheid hiervan is en welke implicaties dit voor de fokkerij en toekomst van het ras heeft.

Gezondheid

De Greyhound haalt een gemiddelde leeftijd  van 10-12 jaar. . Over het algemeen kan de Greyhound als zeer gezond ras beschouwd worden. Het is niet voor niks dat het fokreglement van de rasvereniging geen verplichting tot het laten uitvoeren van bijvoorbeeld een HD test kent. HD komt binnen de windhondengroep, voor zover bekend is (er wordt immers nauwelijks getest), slechts sporadisch voor. Windhonden moeten nu eenmaal fit for function zijn en de constructie van de windhond is ingesteld op wendbaarheid, snelheid, uithoudingsvermogen, kracht en souplesse.

Dit betekent niet dat er geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bestaan. Gezondheidsrisico’s, verbonden aan de typische lichaamsbouw, zijn onder meer het voorkomen van maagtorsies, hartruis en osteosarcoma (botkanker). Verder zijn er een aantal ziekten bekend. Neuropathie lijkt alleen nog bij Greyhounds afkomstig uit showlijnen voor te komen. Neuropathie openbaart zich bij pups in de leeftijd van 8 tot 12 weken oud. Door degeneratie van de spieren en spiergroepen krijgt de hond last van onder meer neurologische uitval, (spier)zwakte in de ledematen en vertoont een vreemde manier van voortbewegen: een galop waarbij de knieeën naar buiten gedraaid worden. Dit wordt ook wel “bunny hopping” genoemd. Neuropathie is een monogeen autosomaal recessieve ziekte en dus niet geslachtsgebonden.

Met name bij Racing Greyhounds komt Rhabdomyolysis, dat ook wel bekend staat onder de noemer Greyhoundsperre, Lumbago of paralytische myoglobinurie, voor. De ziekte begint met een overbelasting van een spier tijdens een sprint. Hierdoor komt myoglobine (een kleurstof van de spier) vrij, dat door de nieren wordt verwerkt en uitgescheiden via de urine. Door het hoge toxische gehalte kunnen de nieren uiteindelijk beschadigd raken en in veel gevallen overlijdt de hond. Het is altijd van belang bij te donkere urine (rood, bruin of zelfs zwart van kleur), eventueel in combinatie met hoge koorts, nierfalen in het achterhoofd te houden. Men dient in dat geval direct contact te zoeken met de dienstdoende dierenarts.

Gedrag en karakter:

De Greyhound is een zelfstandige hond. Dat is niet vreemd, want tijdens de jacht over lange afstanden moeten ze zonder aanwijzingen van de jager kunnen opereren. Die jachtpassie zit hen nog altijd in het bloed. Greyhounds kunnen goed getraind worden om los te lopen, maar wanneer er (klein of groot) wild hun blikveld binnensluipt, zijn ze plots Oost-Indisch doof. Jagen om het jagen komt in het vocabulair niet voor, het einddoel zal altijd het doden van het wild zijn. Is het subject van aandacht echter uit beeld verdwenen, keert de hond op zijn schreden terug.

Zo rustig als ze binnenshuis zijn, zo explosief tonen ze zich in de bossen en op de velden. Het is een ras dat de mogelijkheid moeten hebben om zich even helemaal te ontladen. Teveel opgekropte energie leidt nogal eens tot verveeldheid en eindigt daardoor regelmatig in wat drammerig gedrag. Het hoeft echt niet lang te duren, de torenhoge snelheden houden ze maar ‘even’ vol. Eenmaal ontdaan van alle energie kan het nobele wezen zich weer rustig op de sofa vleien om de rest van de dag in een welhaast vegetatieve stand door te brengen.

De ware liefhebber neemt deze twee kanten van dezelfde medaille graag voor lief. Wie eenmaal voor het atletische, de elegantie, de kracht en de zachtmoedigheid van de Grey- of Deerhound is gevallen, wil niets anders meer. De eerste windhond die eenieders leven binnen treedt, zal zich als groot leermeester ontpoppen. De zelfbewuste, wat terughoudende  maar tegelijkertijd aanhankelijke zichtjager weet wat hij wil, denkt te weten wie hij is en wil daarnaar behandeld worden. Het liefst op koninklijke wijze: met de fluwelen handschoen. De trotse eigenaar van zijn of haar allereerste Greyhound zal merken dat in de opvoeding van en omgang met de windhond alles draait om geduld en consistentie. Eén kleine misstap kan grote gevolgen hebben voor de vertrouwensband tussen baas en hond. Maar is dat wederzijds vertrouwen er, dan zal de Greyhound onvoorwaardelijke loyaliteit en toewijding aan de baas en zijn gezin tonen.

De Greyhound is een intelligente hond die zijn verstand vaak toont in samenhang met de nodige humor. Mens en dier lijken elkaar in een kortstondig ogenblik te begrijpen, zomaar door een ogenschijnlijk op zichzelf staande handeling, een oogopslag of een theatrale pose die de viervoeter in alle ernst lijkt aan te nemen. De Greyhound voelt zich in zijn vertrouwde omgeving eerder een gelijke aan zijn huisgenoten, dan de ondergeschikte in de roedel. De hond zal ten alle tijden trachten dezelfde privileges als zijn tweebenige vriend te verwerven. Dit kan hele komische situaties opleveren, maar betekent tegelijkertijd dat de baas ook echt de baas in huis moet zijn en blijven.

Blaffen doen ze zelden, maar o wee als er werkelijk gevaar dreigt: dan staan ze hun mannetje. Ze zullen echter nooit enige vorm van agressie tegenover mensen tonen. De kenmerkende eenkennigheid leidt er wel toe dat ze hun eigen plan trekken. Onder het mom: “wat je niet ziet, dat is er niet” kunnen ze vreemden glashard negeren. Deze zichtjagers nemen alle tijd om de kat uit de boom te kijken en wanneer zij de tijd rijp achten, is het moment voor toenadering daar. Eenmaal bekend en geaccepteerd is vaak voor het leven geliefd.